Competentiegericht onderwijs (CGO)
Misschien heb je er al wel over gehoord; ‘competentiegericht onderwijs’. In alle ROC’s in Nederland wordt in het schooljaar 2010-2011 het competentiegericht onderwijs ingevoerd. In kranten is er veel over geschreven, op radio en tv werd er over gediscussieerd. Het leek wel of alles in het beroepsonderwijs zou veranderen. Is dat wel zo? En wat is nu precies competentiegericht onderwijs?
Je onthoudt iets het best, als je weet wat je er aan hebt of wat je ermee kunt. Je snapt iets pas echt goed, als je het aan iemand anders kunt uitleggen. De kennis die je hebt opgedaan, moet je ook kunnen toepassen in je werk. Daarom doe je in je opleiding niet alleen kennis op, maar krijg je ook opdrachten om die kennis toe te passen in de praktijk. Theorie en praktijk, noemen we dat.
Dit betekent dat je niet alleen theorie lessen krijgt, maar ook veel praktijkopdrachten. Opdrachten die je op school uitvoert en natuurlijk tijdens je stage. Die opdrachten worden ook beoordeeld en “tellen mee” voor je uiteindelijke cijfer. Dat cijfer is dus niet alleen gebaseerd op wat je weet, maar ook op wat je kunt en hoe je de opdrachten hebt uitgevoerd.
Om goed te zijn in je beroep, moet je beschikken over de nodige vakkennis. Je moet de theorie beheersen. Daarnaast moet je bepaalde handeling kunnen uitvoeren en weten waarom je dat doet. Maar je moet ook kunnen samenwerken met collega’s, je werkzaamheden kunnen plannen en goed met anderen (klanten, hulpvragers, collega’s, leidinggevenden) kunnen omgaan.
Ook bedrijven en instellingen beschrijven wat ze van hun werknemers verwachten. Kan iemand in de praktijk de juiste combinatie van kennis, vaardigheden en houding tonen om een goede werknemer, teamlid, collega, vakman/vrouw te zijn? Deze combinaties van kennis, vaardigheden en houding noemen we competenties.
Competenties heb je nodig om een beroep in de beroepspraktijk en in de maatschappij goed uit te kunnen oefenen.
Elke beroepsopleiding is gebaseerd op een kwalificatiedossier. Dit dossier is opgebouwd uit kerntaken, werkprocessen en competenties. Kerntaken zijn taken die in een bepaald beroep steeds weer terugkomen en die een medewerker zelfstandig moet kunnen uitvoeren. Mensen die dit werk al langer doen, hebben op papier gezet welke taken dat zijn.
Een kerntaak bestaat uit verschillende handelingen. Deze handelingen zijn ook beschreven in het dossier en worden werkprocessen genoemd. Om een werkproces goed uit te kunnen voeren moet je over een aantal competenties beschikken. Competentiegericht onderwijs dus!
Om het diploma te halen moet je deze kerntaken en werkprocessen in verschillende (praktijk)situaties uitvoeren en laten beoordelen door mensen die er verstand van hebben. In de praktijk zul je merken dat je nooit alléén die éne taak uitvoert. Er komt altijd wel iets onverwachts bij kijken.
Anders gezegd: als je het diploma wilt halen, zorg je dat je de kerntaken van een beroep zelfstandig kunt uitvoeren en dat je dat in verschillende situaties kunt bewijzen.
Natuurlijk moet je eerst oefenen. Je springt ook niet meteen in het diepe bad; je gaat echt eerst leren zwemmen. In het nieuwe beroepsonderwijs noemen we dat het ontwikkelen van competenties.
Bijvoorbeeld kunnen samenwerken, een planning kunnen maken, reparaties uit kunnen voeren.
Een portfolio wordt vaak gehanteerd bij competentiegericht onderwijs. Je hebt heel veel verschillende oefensituaties meegemaakt en dus ook vaak kunnen bewijzen dat je competenties hebt ontwikkeld. Al deze bewijzen bewaar jij zelf en het ROC ook. Je kan de bewijzen in een map (ontwikkelingsportfolio) bewaren. Deze map is in feite je (tussen)rapport.
De manier waarop je een beroep leert, kan elke keer weer anders zijn. In de les, in een praktijkopdracht, door het maken van een werkstuk. Soms in de klas, soms in een groep, soms in je eentje en ook in de praktijk van een (stage)bedrijf.
Samen leer je meer dan alleen. In vrijwel elk beroep werk je samen met anderen, zoals collega’s, leidinggevende en klanten. Daarom voer je ook veel praktijkopdrachten samen met studiegenoten uit. Door samen opdrachten uit te voeren leer je om taken te verdelen, het werk op elkaar af te stemmen en te plannen. En natuurlijk leer je ook van elkaar. Je kunt beter samenwerken met andere mensen en je communicatieve vaardigheden worden sterker, juist door het overleggen met je medestudenten.
Iedere student bij het ROC van Twente krijgt een studieloopbaanbegeleider. Deze zal jou gedurende de opleiding begeleiden. De studieloopbaanbegeleider kent je dus goed. Hij of zij weet wat jou interesseert en kan daar op inspelen.
Met je studieloopbaanbegeleider heb je geregeld een gesprek over hoe het gaat met de resultaten gedurende de opleiding. Samen met jouw studieloopbaanbegeleider bespreek je wat jij denkt dat je nog moet leren. Welke competenties moet jij nog ontwikkelen of welke werkprocessen moet jij nog oefenen?
Je studieloopbaanbegeleider is je persoonlijke begeleider tijdens de opleiding en houdt bij hoe ver je bent op weg naar het diploma
Om je beter voor te bereiden op je toekomstige beroep of vervolgopleiding. Als je zelfstandig kunt leren dan kun je ook door blijven leren. In een vervolgopleiding aan het HBO, maar ook in de beroepspraktijk. Je leert je leven lang en veel dingen veranderen snel. Ook kennis verandert en veroudert. Sneller dan je misschien wel denkt. Maar omdat je hebt geleerd zelfstandig informatie en kennis te verwerven, kun je jezelf op de hoogte houden. Van je vak en van de ontwikkelingen in de maatschappij.