Wat is er zo leuk aan een mbo-opleiding?
Het mbo is anders dan het vmbo en weer heel veel anders dan het havo. Je leert in het mbo echt een beroep.
Je bent niet veel met losse vakken bezig, maar je werkt samen in projecten of voert praktijkopdrachten uit.
En van stages leer je ook ontzettend veel, dus die zijn een belangrijk (en leuk!) onderdeel van de opleiding..
Alles wat je op het mbo leert, is bedoeld om je zo goed mogelijk voor te bereiden op je toekomstige beroep.
Dat betekent dat er klassikale theorielessen zijn, maar ook veel praktijklessen. Die zijn ingepland in allerlei praktijkruimtes die in onze scholen aanwezig zijn.
En dat zijn altijd leuke lessen!
De praktijklessen vinden plaats in bijvoorbeeld de techniekwerkplaatsen, keukens, kleding- en gordijnateliers, het wellness-center, muzieklokalen, autowerkplaatsen, kantoorsimulatielokalen, computerwerkplaatsen, handvaardigheidslokalen, restaurants, kapperslokalen, winkelinterieurs en etalages, laboratoria, de bakkerij, sportzalen en lokalen vol ziekenhuisbedden of tandartsstoelen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overstappen naar een andere opleiding of doorstromen naar een hoger niveau kan meestal gemakkelijk.
Er zijn mogelijkheden genoeg in het mbo.
Bekijk de pdf van het doorstroomschema vmbo-mbo-hbo >>
Tijdens een stage leer je in de praktijk. Bij een BOL-opleiding draai je min of meer mee bij het bedrijf of de instelling waar je stage loopt.
Het kan gaan om een dagdeel, een dag per week of een hele week gedurende een bepaalde periode, bijvoorbeeld een half jaar of een jaar.
Bij een BBL-opleiding ben je leerling-werknemer en werk je vier dagen per week in je bedrijf of instelling. De theorielessen volg je overdag of ’s avonds bij ons ROC.
Tegenwoordig noemen we een stage ‘beroepspraktijkvorming’ (BPV).
Je kunt natuurlijk ook na je mbo-opleiding verder studeren in het hoger beroepsonderwijs.
Daarvoor hebben we afspraken gemaakt met hbo-scholen. Zo proberen we ervoor te zorgen dat de opleidingen goed op elkaar aansluiten.